Over deze site
- Het project
- Het selectieproces
- De geselecteerde kranten
- Technische informatie
- Documentatie
Suriname
Nederlandstalige kranten in Suriname 1774-1995
Opvallend is het grote aanbod van kranten (en tijdschriften) in Suriname. Tussen 1746 en 1810 is er in Suriname sprake van een relatieve veelheid aan titels zonder interrupties. In tegenstelling tot Nederlands-Indië, waar elke stad een eigen blad had, was en is de Surinaamse pers geconcentreerd in Paramaribo, dé stad.
1774-1816/17
In 1774 verschijnt de eerste krant in Suriname: De Weeklyksche Woensdaagsche Surinaamsche Courant (WWSC) van de Nederlander Jacob Beeldsnijder Matroos. Vanaf 1785 verschijnen er ook andere bladen, die niet zelden (maatschappij)kritisch waren. Enkele titels: De Surinaamsche Nieuwsvertelder (1785-1793), De Surinaamsche Courant (1790-1795), Gazette de Surinam (1792), de Surinaamsche Courant en Algemeene Nieuwstijdingen (1797-1805) en door diverse drukkers/uitgevers verzorgde De Surinaamsche Courant. In deze periode heeft de Surinaamse pers een eigen karakter. Weliswaar gecontroleerd door de koloniale overheid hebben de couranten in Suriname getracht boven het maaiveld uit te komen. Vooral in de jaren tachtig en negentig van de achttiende eeuw profileren de 'nieuwsbladen' zich ook als opiniebladen avant la lettre. De grenzen van wat wel en niet kan worden opgezocht en soms overschreden.
1816-1850
Tijdens deze periode houdt de koloniale overheid een sterke vinger aan de pols (controle en censuur). Er is sprake van een toename van drukkers/uitgevers. Vier drukkers drukken hun eigen Surinaamsche Courant, elk twee per week.
Inhoudelijk: veel overheids- en commerciële advertenties en weinig nieuws over Suriname zelf (niets over de grote branden in Paramaribo, bijna niets over de afschaffing van de slavernij e.d.). De koloniale overheid heeft vanaf 1817 een eigen krant: het Gouvernements-Blad.
Kenmerken: overheidscontrole en advertentiebladen.
1850-1937
Vanaf 1850 verschijnen er nieuwe titels van veelal (gekleurde) Surinamers. Enkele voorbeelden: het Koloniaal Nieuwsblad (1848-1870) van J. Mopurgo; De West-Indiër (1863-1898) verschenen op 1 juli 1863, de datum van de afschaffing van de slavernij, en het Surinaamsch Weekblad, beide van drukker/uitgever A.L.G. Randamie; De West-Indiër, een kritisch blad met de pijlen vooral gericht op het moederland. Met de vrijheid van drukpers zoals vastgelegd in het Regeringsreglement van 1865 verschenen er nog meer dagbladen. Elf jaar later werd de leerplicht in Suriname ingevoerd (1876).
Begin 20e eeuw bloeide de economie op door de goud-, bauxiet- en balatawinning. Vakbonden (de eerste was de Christelijke Onderwijzersbond uit 1892) ontstonden in Suriname eerder dan politieke partijen. Met name toen in de jaren dertig van de twintigste eeuw (crisistijd) de werkgelegenheid bij goud-, balata-, bauxietwinning en houtkap sterk afnam, werden actiecomités opgericht (onder leiding van Louis Doedel en Anton de Kom). Dat resulteerde in de stichting van periodieken met namen als de Volksbode (1931), De Arbeider(s) (1933) en de Sociaal-Democraat (1933).
Een groot deel van de politieke strijd speelde zich af in de Surinaamse pers, vooral in kranten als De West (1909-) en de opvolger van het Koloniaal Nieuwsblad: Suriname (1871-1971). Bij herhaling werden die bladen door de overheid berispt en gemaand om hun toon te matigen.
Kenmerken: opkomst en groei oppositiebladen. Bij ontstentenis van politieke partijen (vergelijk met Nederlands-Indië) heeft de pers een zeer belangrijke rol in het politieke debat.
1937-1954
In de Staatsregeling van 1936 (in werking getreden op 1 april 1937) werd het woord kolonie geschrapt en kreeg Suriname meer beleidsruimte. Ondanks de staat van beleg (vanaf 16 mei 1940) en de scherpe censuur (drukverbod) gaf J. Mopurgo tijdens de oorlog een dagelijks oorlogsbulletin uit (1941) en op 2 augustus 1943 richtte zijn zoon A.J. Morpurgo, voorheen redacteur van De Surinamer (1894-1955), een nieuwe krant op: Het Nieuws (1943-1960).
Na de oorlog ontstond er binnen korte tijd een keur aan politieke partijen, die niet zelden in de kranten hun spreekbuis vonden. Zo waren Wijngaarde en later Findlay, beiden van de NPS, kranteneigenaren van respectievelijk Suriname en De West. Pengel (ook NPS) beheerde later De Volksstem (1950-1953) en Nieuw Suriname (1954-1967).
Kenmerk: kranten worden/zijn 'partij-organen'.
1954-1975
In 1954 treedt het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking. Suriname werd een autonoom rijksdeel, wat het de facto al was. Twistpunt was het recht op zelfbeschikking (met uiteindelijk de mogelijkheid tot onafhankelijkheid). Nederland was daar destijds op tegen. Politieke conflicten hierover werden via de kranten uitgevochten: de Vrije Stem (1960-1982), De West, De Volksstem en Nieuw Suriname. In 1957 wordt De Ware Tijd opgericht. De oprichters wilden een tegenwicht tegen de gepolitiseerde kranten bieden met hun onafhankelijk dagblad. Ze besteedden in tegenstelling tot de andere kranten veel aandacht aan het lokale Surinaamse nieuws (ook veel 'human intrest'). De Vrije Stem speelt een belangrijke rol rondom de onafhankelijkheid. Zoals in elke nieuwe staatkundige periode in Suriname, verschenen er ook in 1975 nieuwe bladen. In 1975 waren dat: Pipel (weekblad van het volk) en de Suriname Nieuwsbrief (van de regeringsvoorlichtingsdienst). Njoen Sranan (Nieuw Suriname) verscheen een jaar later.
Epiloog
Na de onafhankelijkheid van Suriname blijven de belangrijkste dagbladen bestaan. Tijdens de militaire dictatuur (1980-1987) mag alleen De Ware Tijd blijven verschijnen; de andere kranten worden verboden. Anno 2007 verschijnen de volgende Nederlandstalige dagbladen in Suriname: De Ware Tijd, De West, Dagblad Suriname (2002-) en de Times of Suriname (2004-).
Selectievoorstel
- Teutsches Wochenblatt fÜr Surinam (1792-1793)
- Gazette de Surinam (1792)
- Saturdagsche Courant van Nieuws, Smaak en Vernuft (1794)
- Weeklyksche Woensdaagsche Surinaams(ch)e Courant (1774-1790)
- De Surinaamsche Nieuwsvertelder (1785-1793)
- De Surinaamsche Courant I (1790-1795)
- Weeklyksche Surinaamsche Courant (1793-1797?)
- Surinaamsche Courant en Algemeene Nieuwstijdingen (1797-1805)
- Bataafsche Surinaamsche Courant (1804-1806)
- Binnenlandsche Surinaamsche Courant (1804-1809)
- De Surinaamsche Courant II (1804-1817)
- Surinaamsche Courant = The Surinam Gazette Nederlands/Engelstalig (1805-1814)
- Geprivilegeerde Surinaamsche Courant (1811-1829)
- Surinaamsche Courant III (1814-1842)
- Surinaamsche Courant IV (1817-1843)
- Surinaamsche Courant V (1828-1847)
- Surinaamsche Courant VI (1829-1843)
- Surinaamsche Courant VIII (1835-1842)
- Nieuwe Surinaamsche Courant en Letterkundig dagblad (1835-1842)
- Nieuwe Surinaamsche Courant I (1835-1843)
- De Kolonist. Dagblad toegewijd aan de belangen van Suriname (1842-1872)
- Surinaamsch Weekblad (1845-1862)
- De West-Indiër (1863-1898)
- Koloniaal Nieuwsblad (1848-1870)
- Suriname III Koloniaal nieuws- en advertentieblad (1871-1943)
- Surinaamsche Courant [en] Gouvernements Advertentieblad VII (1848-1885)
- Surinaamsche Courant (IX) (1885-1888)
- Nieuwe Surinaamsche Courant (II) (1892-1912)
- De Surinamer (1894-1955)
- De West (1909-1995)
- De Banier van Waarheid en Recht (1929-1936)
- Het Nieuws (1943-1960)
- Nieuw Suriname (1954-1967)
- De Vrije Stem (1969-1982)
NB: de Romeinse cijfers vertegenwoordigen verschillende drukkers die grotendeels gelijktijdig hun Surinaamsche Courant, al dan niet met ondertitel, drukten.
augustus 2007
Angelie Sens
Afhankelijk van de 'Praktische aspecten' wordt een geselecteerde titel gedigitaliseerd en online beschikbaar gesteld.