Literatuur en lectuur in de Indische kranten

Literatuur en lectuur in de Indische kranten

Men leidde in Indië een 'plantenleven', zoals dat werd genoemd. Voor de Europese mannen was het een bestaan van hard werken en voor hun vrouwen een van dodelijke verveling. Publiek amusement was er weinig. Vandaar de enorme behoefte aan afleiding en vermaak. De Indische pers speelde daar op in: door te zorgen voor een geestig geschreven column over de dingen van de dag, voor een gemene roddel en voor een persoonlijk getinte polemiek van de hoofdredacteur met een collega. Dat laatste, het op de man spelen, was een onafscheidelijk kenmerk van de Indische journalistiek. Maar het belangrijkste door een Indische krant geboden amusement was de daarin afgedrukte lectuur.

Illustation

Opkomst en bloei van het Indische feuilleton

De belangstelling voor kunst en cultuur was in de kolonie gering. Dat was ook niet te verwachten van een sterk op het geldelijk gewin gerichte Europese samenleving. Ook de belangstelling voor literatuur was bijgevolg niet groot. Toch werd er veel gelezen, vooral onder de steeds groeiende groep Nederlandse vrouwen. Hun voorkeur ging vooral uit naar het verstrooiende lichte genre, lectuur die zij onder meer aantroffen in de immens populaire wekelijkse leestrommel met daarin boeken en tijdschriften. Maar ook de krant zorgde voor leesvermaak, onder andere in de vorm van een feuilleton. Betrof dat aanvankelijk uit Europa afkomstige lectuur, vanaf 1870 veroverde het 'Indische' literaire vervolgverhaal zich een prominente plaats in het Indische nieuwsblad. Indischgasten hielden ervan over hun eigen omgeving te lezen en dus namen redacteuren graag Indisch proza op als feuilleton. Dit stimuleerde de productie, vandaar het vrij grote aantal debuten van Indische schrijvers in koloniale kranten. Onder hen vormt P.A. Daum het meest aansprekende voorbeeld. Van zijn tien Indische romans publiceerde hij er drie in Het Indisch Vaderland (tussen 1883 en 1885) en zeven in het Bataviaasch Nieuwsblad (tussen 1885 en 1893). De Indische pers heeft een essentiële bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en bloei van de koloniale letterkunde.

De neergang van het Indische feuilleton na 1905

Na 1900 voltrok zich een snel verlopend proces van Europeanisering van de Indische samenleving. Het meer en meer westers wordende leefpatroon weerspiegelde zich onder andere in een veranderend leesgedrag. De na 1905 in steeds grotere aantallen naar de kolonie komende Nederlanders leefden Europees en hadden geen of weinig voeling meer met die intrigerende Indische wereld van vóór 1900. Het leefklimaat van tempo doeloe maakte plaats voor of, misschien beter gezegd, ging in allerlei opzichten gelijkenis vertonen met dat in Nederland. Het oude Indië met de daarbij horende samenleving was goeddeels voorbij en daarmee ook de daarin wortelende bellettrie. Vandaar dat we dat typisch Indische proza na 1905 nog maar zo nu en dan in de kranten afgedrukt vinden. Dat betekende overigens niet het einde van de Indische literatuur, wel dat de verschijningsvormen daarvan zich voortaan elders manifesteerden, onder meer in het na 1900 opkomende en snel aan populariteit winnende Indische weekblad.

Literatuur

  • Rob Nieuwenhuys, Oost-Indische Spiegel; Wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven, vanaf de eerste jaren der compagnie tot op heden. Amsterdam 1978: Querido.
  • Gerard Termorshuizen, "Indië is ook in het literarische eene melkkoe", in Theo D'haen (red.), Europa buitengaats; Koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen. Amsterdam 2002: Bert Bakker, p. 98-132.
  • Peter van Zonneveld, 'Indische literatuur van de twintigste eeuw', in Theo D'haen (red.), Europa buitengaats; Koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen. Amsterdam 2002: Bert Bakker, p. 133-159.
  • Gerard Termorshuizen, Journalisten en heethoofden; Een geschiedenis van de Indisch-Nederlandse dagbladpers 1744-1905. Met medewerking van Anneke Scholte. Amsterdam/Leiden 2001: Nijgh & Van Ditmar en KITLV-Uitgeverij. (het afsluitende deel, voor de periode 1905-1942, verschijnt in 2011).

Gerard Termorshuizen, augustus 2009

Naar het thema-overzicht