Plaatsing Nachtwacht

Plaatsing Nachtwacht

De nationale trots op De Nachtwacht van Rembrandt kende in de 19e eeuw geen grenzen. 'Dit phantastische wonderwerk', de 'zegepraal der hoogere richting in de schilderkunst!' 'Het grootste wonder van al, waarvoor Engeland gaarne met een millioen zou willen betalen!' Woorden schieten journalisten tekort bij het beschrijven van het meesterwerk van 'den Grootmeester onzer schilders.' Geen wonder dat de plaatsing ervan een zaak was van nationaal belang, waarvan in de toenmalige kranten gedetailleerd verslag werd gedaan.

'Hangt mijn werk op een starck licht en dat men daar wijt kan afstaan, soo sal 't best vougen.' Toch was deze simpele wens van de kunstenaar zelf niet zo eenvoudig te realiseren. De compagnie van Frans Banning Cocq en Willem van Ruytenburch, oftewel De Nachtwacht uit 1642 was oorspronkelijk bestemd voor de vier meter hoge feestzaal, de groote sael, in de Kloveniersdoelen in Amsterdam. In 1715 verhuisde het doek naar het Paleis op de Dam. Omdat het daar niet op de muur paste werd het bij die gelegenheid aan alle zijden, vooral links, flink bijgesneden. In 1817 werd De Nachtwacht overgebracht naar het pas geopende Rijksmuseum, gevestigd in het Trippenhuis.

Toen in 1885 het Rijksmuseum verhuisde naar een nieuw onderkomen, het gebouw van architect Pierre Cuypers, werd De Nachtwacht opgehangen in een speciaal ervoor ontworpen zaal. Het Nieuws van den Dag geeft op 15 juli 1885 een verslag van de plechtige opening van het nieuwe Rijksmuseum en van de onthulling van Rembrandts 'schoonste kunstgewrocht'. Er was meteen kritiek op de plek waar het hing, waarbij vooral de belichting het moest ontgelden.

Nadat in 1898, toen het schilderij tijdelijk op een tentoonstelling in het Stedelijk Museum hing, was gebleken dat zijlicht beter was, werd besloten tot de bouw van een nieuwe Rembrandtzaal. Daarbij ging men niet bepaald over een nacht ijs. Op 30 oktober 1901 staat in Het Nieuws van den Dag te lezen dat er een 'groote commissie, benoemd voor het onderzoek omtrent de plaatsing van de Nachtwacht hier ter stede bijeengekomen is voor proefnemingen onder verschillende aard van belichting.' Die commissie bestond uit maar liefst 28 leden, heel de fine fleur van het toenmalige culturele leven was vertegenwoordigd. Ook in 1902 werden vijf verschillende proefopstellingen uitgeprobeerd.

Illustation

Nieuws van den Dag, 23-07-1906

De nieuwe 'Nachtwacht-uitbouw' werd geopend op 16 juli 1906, in aanwezigheid van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik. Deze gebeurtenis was meteen de feestelijke markering van het Rembrandtjaar. Tot 1926 hing De Nachtwacht in deze uitbouw. Daarna werd het schilderij op een zijwand in de oorspronkelijke Nachtwachtzaal gehangen. Vanaf 1984 hing het weer op de oorspronkelijke plaats, tot het in verband met de verbouwing van het Rijksmuseum op 11 december 2003 onder veel media-aandacht naar een tijdelijke behuizing in de Philipsvleugel werd versleept. Als de huidige verbouwing van het Rijksmuseum klaar is, zal De Nachtwacht weer naar zijn oorspronkelijke plaats terugkeren. En zal 'het eenig poëtisch tafereel' opnieuw 'in volle triomf op de eereplaats van het Rijksmuseum te Amsterdam, hetwelk zoovele wonderen van kunst bewaart' te zien zijn.

Maggy Wishaupt, maart 2010

Naar het thema-overzicht