De ondergrondse pers 1940-1945
De ondergrondse pers 1940-1945
Al op 15 mei 1940 - een dag na de capitulatie van het Nederlandse leger - verscheen het allereerste illegale blad Geuzenactie, handgeschreven door Bernard IJzerdraat. Hij zag het dreigende gevaar en schreef in het tweede nummer 'Eenmaal zullen we, evenals in de tachtigjarige oorlog onze vrijheid heroveren. Moed en vertrouwen. Ons land zal geen onderdeel van Duitsland worden!'
1940: het bescheiden begin
Een andere vorm van protest waren de spot- en hekelversjes, die blijk gaven aan een minachting jegens de bezetter. Het lied 'Nederland is gevallen door verraad' werd gezongen op de wijs van het bekende Amerikaanse 'Come along'. Dichters als M. Nijhoff, Clara Eggink, J.C. Bloem en Jan Prins schreven protestgedichten. Deze werden overgeschreven of getypt en aan elkaar doorgegeven. Later vonden deze vormen van protest hun neerslag in de illegale pers.
In juni verscheen het eerste illegale periodiek onder de naam Bulletin uitgegeven en samengesteld door de familie Voûte uit Maartensdijk. Van dat eerste nummer zijn 1200 exemplaren gestencild. Er zijn veel reproducties en kopieën bewaard gebleven, daardoor weten we dat het blad flink verspreid is. Het Bulletin is dan ook het meest verbreide ondergrondse blad in 1940. De inhoud van het blad was gevarieerd. Nieuws uit binnen- en buitenland werd systematisch gerangschikt, bewerkt en becommentarieerd als in een 'echte' krant.
Er volgden er meer. Op 25 juli 1940 schreef de Amsterdamse journalist F. J. Goedhart de eerste Nieuwsbrief van Pieter 't Hoens, met verwijzing naar de gelijknamige 18e eeuwse literator, journalist en partriot. Goedhart nam duidelijk stelling en riep op tot strijd tegen de bezetter. Op 31 augustus verscheen het blad Vrij Nederland, met als belangrijkste doel de anti-Duitse pamfletten en gedichten die circuleerden grotere bekendheid te geven. Vanaf december kreeg het blad meer het karakter van een 'echt' berichtenblad met actuele kopij en redactionele beschouwingen. Partijen die al een enigszins revolutionair karakter hadden, zoals de Communistische Partij Nederland en kleine links-socialistische partijen, wisten zich relatief gemakkelijk aan de illegaliteit aan te passen. In november 1940 verscheen het kaderblad De Waarheid dat ingezet werd voor de communistische ondergrondse activiteiten.
In de eerste zes maanden van de bezetting kon men nog openlijk kritiek uiten op de vijand. Dat verklaart waarom het aantal ondergrondse verzetsuitingen destijds relatief gering was. Voor nieuwsberichten over de oorlog luisterde men vooral naar de radio; 'de Engels zender', het Nederlandse nieuws van de BBC en radio Oranje, het regeringsprogramma. Met alle plaatselijke edities, nevenuitgaven en kaderbulletins meegerekend verschenen in 1940, zover bekend, ongeveer 60 illegale bladen. De totale oplage omvatte zo'n 57.000 gedrukte, gestencilde of met de hand overgeschreven exemplaren. Het begin van de illegale pers was in omvang nog zeer bescheiden.
In de laatste maanden van 1940 probeerden de Duitsers hun greep op de Nederlandse samenleving te versterken. Het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten werd in het leven geroepen. Deze overheidsinstelling zette in samenwerking met Duitse instanties het Nederlandse perswezen steeds meer onder druk. Ze gebruikten diverse middelen. Dagbladredacties kregen dagelijks via persconferenties 'persnoten voor de redactie' met aanwijzingen en bevelen over wat ze wel en niet mochten publiceren. De legale pers werd zo steeds eenvormiger en eentoniger; van objectieve berichtgeving over het verloop van de oorlog was geen sprake meer. Het belang van het nieuws uit de illegale pers nam hierdoor toe. Ondertussen werd de kloof tussen de vijand en de overgrote meerderheid van het Nederlandse volk steeds groter.
1941: de wil tot verzet groeit
Het nieuwe illegale blad Het Parool wakkerde het verzet verder aan. De ondergrondse pers kreeg in 1941 echter te maken met tegenslagen. Er vielen slachtoffers in het verzet. De communisten werden vervolgd. Het Comité voor Vrij Nederland werd door verraad uitgeschakeld. Vijfenzestig leidende figuren uit de ondergrondse pers werden gearresteerd. De Duitsers hadden het idee dat het Nederlandse verzet een netwerk was met één centrale leiding. Dat was niet zo. De meeste bladen waren op zichzelf staande initiatieven, als een blad werd opgerold nam vaak een andere groep de taken over.
De wil tot verzet bij de Nederlandse bevolking groeide. Legale bladen die niet positief genoeg stonden tegenover de Nieuwe Orde werden door de bezetter stopgezet. Dit vergrootte de vraag naar illegale pers. Om aan de vraag te kunnen voldoen ging een aantal ondergrondse organisaties, zoals Het Parool en Vrij Nederland, over op het drukken, in plaats van stencilen, van hun uitgaven.
Ongeveer 120 verschillende uitgaven uit 1941 bekend gewaard gebleven; tweemaal zoveel als het jaar daarvoor. Voor de dagelijkse nieuwsvoorziening viel men nog altijd terug op de radio.
1942: grotere oplages en professionelere redacties
In 1942 drukte de bezetting meer en meer op alle groepen van de bevolking. Een nieuw geluid kwam uit De Oranjekrant van de journalist Johan H. Doorn. Een groep kunstenaars richtte op 1 mei 1942 De Vrije Kunstenaar op en in diezelfde tijd werd het eerste katholieke verzetsorgaan Christofoor opgericht.
De belangrijkste uitgaven, zoals Het Parool, Vrij Nederland en De Oranjekrant, kregen steeds grotere oplages. De redacties professionaliseerden. Het was echter niet zonder gevaar. De Duitse politie arresteerde in de loop van 1942 meer dan tienduizend Nederlanders wegens illegaal werk. Een deel van hen zou betrokken zijn geweest bij de illegale pers.
Eind 1942 kwam een verbinding met de Nederlandse regering te Londen tot stand. Deze ontwikkeling ontwikkelde zich verder. Uit de uitzendingen van Radio Oranje bleek steeds duidelijker dat de regering in beginsel aan de zijde stond van het verzet. Daar ging morele steun vanuit, die men daarvoor had gemist.
1943: uitbreiding van taken, ook gericht op de toekomst
1943 werd een belangrijk jaar voor de illegale pers. In Duitsland werden steeds meer arbeiders tewerkgesteld, die ze uit heel Europa haalden, ook uit Nederland. Het aantal onderduikers steeg met sprongen. Het takenpakket van het verzet werd omvangrijker. De illegale pers moest daar richting aan geven. Aan steeds grotere delen van de bevolking werd gevraagd om deel te nemen aan het verzet en risico's te nemen.
Toen op 15 mei 1943 bekend werd gemaakt dat alle radio's moesten worden ingeleverd, ontstond een nieuw soort ondergronds blad: het pure nieuwsorgaan. Vaak waren het eenvoudige getypte of gestencilde blaadjes die in een streek, een dorp, een wijk, of zelfs een straat op kleine schaal het dagelijkse nieuws brachten.
De opiniebladen bleven hun taak voortzetten. Van Vrij Nederland splitste zich de Trouw af, dat zich met een oplage van honderdduizend per nummer ontwikkelde tot het meest gelezen blad uit de illegaliteit. De illegale pers vertoonde een toenemende politieke spreiding. Vraagstukken van naoorlogse politiek doemden op. De verzetsbladen transformeerden tot opiniebladen die problemen van het gewapend verzet bespraken. Is het bijvoorbeeld geoorloofd om politieke tegenstanders zonder vorm van proces neer te schieten? Er waren belangrijke verschillen in visie. Vrij Nederland had een radicaalsocialistisch karakter, Het Parool streefde de oprichting van een 'progressieve volkspartij' na. In Je Maintiendrai kwamen gedachten naar voren die zich later in de Nederlandse Volksbeweging zouden uitkristalliseren. In Trouw tekende zich reeds de overgang af naar de naoorlogse Anti-Revolutionaire Partij. In bladen als De Geus, De Vrije Katheder en De Vrije Kunstenaar werd steeds meer aandacht gewijd aan problemen van naoorlogse opbouw. De roep tot vernieuwing in rooms-katholieke kring werd in Christofoor geuit.
Een nieuwe categorie bladen ontstond, die met hun inhoud vooral op de toekomst waren gericht. Dat werd gestimuleerd door de in Londen gemaakte brochure De wedergeboorte van het Koninkrijk die in de herfst van 1943 in Nederland werd verspreid. Een aantal Groningse studenten richtte in juli 1943 De Ploeg op, het blad met de ondertitel 'opwekken tot bezinning op onze naoorlogse taak'. De illegale pers riep nu niet alleen meer op tot strijd, maar kreeg ook de taak om op bezinning aan te dringen.
1944 - 1945: een gesloten front tegenover de vijand
Men geloofde dat in 1944 de invasie zou komen. Een nieuwe taak voor de illegale pers zou dan zijn om aanwijzingen aan de burgerbevolking te geven. De BBC en Radio Oranje begonnen op 26 januari 1944 met het uitzenden van een reeks van dergelijke aanwijzingen. De ondergrondse pers nam ze over en werd zo een communicatiekanaal voor de regering en het geallieerde opperbevel. Londen knoopten de verbindingen met de ondergrondse pers aan en men probeerde het verzet meer te coördineren. Vanaf het begin van 1944 werden door de gehele illegale pers dezelfde leuzen, dezelfde raadgevingen en dezelfde proclamaties verspreid die allemaal op de invasie betrekking hadden.
De behoefte aan voorlichting over internationale problemen nam toe. Er was wel een grote variëteit binnen de illegale pers. De Waarheid begon een intensieve actie om de gedachte van de eenheidsvakbeweging te propageren. In rooms-katholieke en christelijk-historische kring ging men zich in toenemende mate afvragen, of, en zo ja, in welke vorm, de vooroorlogse politieke partijen moesten herrijzen. Het staatkundige debat kwam in de loop van 1944 op gang, maar het oorlogsnieuws stond nog altijd vooraan in de belangstelling.
Nadat de geallieerde bevrijdingslegers in Normandië op 6 juni 1944 aan land gingen kwam de bevrijding steeds dichterbij. De oplage van de nieuwsbladen steeg en tientallen nieuwe bulletins werden opgericht om in de behoefte aan nieuws te kunnen voorzien. Parijs en Brussel werden bevrijd en men verwachtte dat Nederland snel zou volgen.
Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) - de dag waarop geruchten over de aanstaande invasie veel collaborateurs naar het oosten deed vluchten - werd duidelijk dat de bevrijding nog op zich liet wachten. De moeilijkste periode van de bezetting brak aan. De rantsoenen werden ingekrompen, gas en elektriciteit mochten niet meer gebruikt worden, brandstof was er niet. De Duitse terreur nam in hevigheid toe, Nederland kreeg een zeer strenge winter te verduren. Nooit had men de illegale bladen meer nodig gehad; nooit was het moeilijker ze te produceren. De illegale pers werd voortgezet en groeide tegen de verdrukking in. Tussen Dolle Dinsdag en 1 januari 1945 ontstonden niet minder dan 350 nieuwe nieuwsbulletins. Er waren er aan het eind van het jaar meer dan 500.
De problemen waar de illegale pers in die laatste fase mee geconfronteerd werd, waren legio. Afgezien van de materiële moeilijkheden, vormde ook het onderhouden van de verbindingen een nijpend vraagstuk. Medewerkers, zetterijen en drukkerijen werden onbereikbaar. Het was onmogelijk geworden om grotere oplagen te verspreiden. Ondanks de problemen werden dagelijkse nieuwsbulletins in enorme aantallen geproduceerd.
Amsterdam was in die laatste bezettingswinter het hart van de illegale pers. De organisaties van Trouw, Je maintiendrai, Christofoor, Het Parool en Vrij Nederland waren daar gehuisvest. Er kwamen richtlijnen uit voor de strijd tegen de vijand: er werd opgeroepen tegen de Duitse razzia's, tegen de vorderingen van kleding en dekens, tegen de poging van de Duitsers om mannen van 16 tot 40 jaar naar Duitsland te deporteren. Er was een verscheidenheid in geestelijk en politiek opzicht, maar men stond als een gesloten front tegenover de vijand. Wat bond, woog zwaarder dan wat scheidde.
De ondergrondse pers was klein begonnen maar aan het einde van de bezetting was het uitgegroeid tot een machtig mediaconglomeraat. Er was een systeem ontwikkeld van ongekende omvang en doeltreffendheid. Terwijl er geen verbinding was met de vrije wereld kreeg de bevolking dag in dag uit, via de illegale pers nieuws dat de zekerheid van de bevrijding inhield. De illegale bladen hielden het Nederlandse volk geestelijk wakker en het droeg bij aan de politieke wilsvorming in een bewogen tijd.
Bron:
Winkel, Lydia E. De ondergrondse pers 1940 - 1945, Amsterdam 1989
Meer informatie:
Tweedewereldoorlog.nl / thema Verzetskranten
