Oudste kranten
Oudste kranten
Voor zover we nu weten verschenen de oudste gedrukte, regelmatig uitgegeven couranten, met nieuws uit heel Europa in 1609 in Straatsburg en Wolfenbüttel. Amsterdam staat echter bekend als het oudste perscentrum van West-Europa. Dat predicaat werd in 1939 toegekend door de Zweedse bibliothecaris Folke Dahl, naar aanleiding van de vondst van 1300 unieke Nederlandse couranten uit de eerste helft van de 17e eeuw in de Koninklijke Bibliotheek in Stockholm.
Door die vondst in Stockholm weten we dat in ieder geval in 1618 in Amsterdam de Courante uyt Italien, Duytslandt &c., verscheen, uitgegeven door Caspar van Hilten en gedrukt door Joris Veseler. Het oudste exemplaar, nog niet voorzien van datum en nummering, is van (ca) 14 juni 1618. Minder dan een jaar later telde Amsterdam al een tweede courant, aanvankelijk naamloos maar in 1629 Tydinghe uyt verscheyde quartieren gedoopt waarvan het oudste bewaarde nummer dateert van( ca) 10 februari 1619. De uitgever en drukker was Broer Jansz. Welke van beide nu echt de eerste was kan bij het ontbreken van vroegere exemplaren niet worden bepaald.
Duidelijk is wel dat Amsterdam vanaf ongeveer 1620 fungeerde als het perscentrum van Europa. Bijna onmiddellijk gaven Van Hilten en Jansz. van hun couranten ook vertalingen in het Engels en het Frans uit, bedoeld voor afzet in het buitenland. Opmerkelijk is dat ze soms elkaars kranten in vertaling uitgaven: van auteursrecht was toen nog in het geheel geen sprake.
In de loop van de 17e eeuw werd die toonaangevende positie zeer aanmerkelijk verstevigd. Rond 1640 waren er al vier en in 1669 telde de stad maar liefst zeven couranten. Vier in het Nederlands:
- de Courante uyt Italien, Duydtslant &c, toen uitgegeven door Otto Barentz Smient,
- Tydinghe uyt verscheyde Quartiere (Jan Jacobz Bouwman, schoonzoon van Broer Jansz)
- De Ordinarise Middel-weeckse Courant (weduwe Francois van Lieshout) en
- De Ordinaris Dinghsdaegsche Courant (Johannes van Ravesteyn)
Via een complexe constructie verzorgde vijf courantiers bij toerbeurt de uitgaven van deze kranten, die begin 1670 onder druk van het stadsbestuur werden samengevoegd tot de Amsterdamsche Courant.
Daarnaast verschenen er twee Franse couranten, de Gazette d'Amsterdam en de Gazette ordinaire d'Amsterdam plus de Gazzetta de Amsterdam in het Italiaans. In de jaren 1680 waren er voorts nog de Spaanstalige Gazeta de Amsterdam en de Dinstagische/Fraytagische Kurant in het Jiddisch.
Dat Nederlandse couranten heel Europa bereikten, blijkt wel uit het feit dat er in buitenlandse bibliotheken en archieven, van Stockholm tot Rome en van Londen en Parijs tot Moskou, veel méér exemplaren bewaard zijn gebleven dan in eigen land. Ze werden ook grondig gelezen, getuige de tientallen klachten over onwelgevallige berichten, die buitenlandse vorsten en diplomaten indienden bij de Staten-Generaal.
René Vos, 28 mei 2009
