Taalonderzoek: Boycott
Taalonderzoek: Boycott
In oktober 1880 besloot de Ierse Land League, een organisatie die was opgericht om pachters tegen uitbuitende landeigenaren te beschermen, om Charles Cunningham Boycott (1832-1897) met alle mogelijke middelen te dwarsbomen. Zij wilde hiermee afdwingen dat Boycott, een gepensioneerde Britse kapitein die land bezat in Ierland, zijn pachttarieven met 25 procent zou verlagen.
Het ging er zeer hard aan toe. Boycotts personeel werd weggepest, zijn vee verdreven, de plaatselijke middenstand weigerde nog iets aan hem te verkopen en tot driemaal toe werd de kapitein-in-ruste beschoten.
Nadat Boycott zich persoonlijk in The Times had beklaagd werd de kwestie voorpaginanieuws. Uit Ulster kwamen vijftig vrijwilligers om onder begeleiding van negenhonderd Britse soldaten de wegrottende oogst van Boycott uit de grond te halen, maar kort daarop zag de kapitein zich toch genoodzaakt om Ierland te verlaten. De actie tegen kapitein Boycott was niet alleen politiek een succes, maar ook taalkundig. Iemand uitsluiten van het sociaal en economisch verkeer is al zo oud als de mensheid, maar sinds het najaar van 1880 wordt dit, naar de Britse kapitein, boycotten genoemd.
Wie nu in de Grote Van Dale bij boycotten kijkt, ziet daar staan dat wij dit woord in 1910 uit het Engels hebben geleend. Dat had goed gekund. De actie tegen kapitein Boycott was immers een Ierse en Britse aangelegenheid. Je zou kunnen veronderstellen dat de kwestie indertijd, najaar 1880, internationaal geen aandacht had getrokken en dat er in Nederland pas dertig jaar later aanleiding was om dit woord uit het Engels over te nemen.
Het nieuws van den dag : kleine courant, 30 oktober 1880
Dankzij de digitalisering van historische kranten weten we dat dit niet klopt. Een van de vroegste berichten over de actie tegen kapitein Boycott in een Nederlandse krant dateert al van 30 oktober 1880: "Mr. Boycott en de zijnen, die in hun woning een garnizoen van tien gerechtsdienaars hebben, en buitenshuis altijd door eenige van die gewapende mannen vergezeld worden, moeten zich thans met één dienstbode behelpen. Al de andere bedienden zijn heengegaan, uit vrees voor de gevaren waarmee zij van de zijde der ontevredenen bedreigd werden als zij bleven. Veldarbeiders, herders, stalknechts, enz. hebben allen op eens hun werk in den steek gelaten en zijn vertrokken. De waschvrouw wil het linnen der familie niet meer wasschen, de bakker te Ballinrobe durft hun geen brood en de slager geen vleesch leveren, kortom, zij verkeeren in een volslagen staat van beleg."
Het gaat hier om een bericht in Het nieuws van den dag. Ook allerlei andere Nederlandse kranten schreven indertijd over deze kwestie. Alleen de Leeuwarder Courant zou in november en december 1880 al negen berichten aan deze kwestie wijden - die internationaal kennelijk wel degelijk tot de verbeelding sprak.
Dat maakt het ook veel waarschijnlijker dat het woord boycott niet pas in 1910, zoals Van Dale zegt, maar veel eerder in het Nederlands terecht is gekomen. Dat blijkt dan ook het geval. Al op 18 december 1880 schreef het Algemeen Handelsblad, in een bericht over kwestie Boycott: ,,Het 'Boycotten' is zoo zeer toegenomen, dat de Corkstoombootmaatschappij zich [...] door bedreigingen gedwongen zag de verscheping te weigeren van dertig stuks rundvee en dertig schapen, toebehoorende aan een grondeigenaar, die bij de Liga slecht staat aangeschreven." Al heel snel daarna zien we dat het woord boycotten ook elders optreedt, in een andere context.
Dit is slechts één voorbeeld van een taalhistorisch onderzoekje in gedigitaliseerde oude kranten. Kranten zijn de ooggetuigen van een tijd. Op z'n best doen ze heet van de naald verslag van regionale, nationale en vaak ook internationale gebeurtenissen. Dat maakt ze tot geweldige bronnen voor allerlei vormen van onderzoek. Voor taalhistorisch onderzoek zijn ze zelfs volkomen onmisbaar geworden. Sterker nog: het is niet overdreven om te zeggen dat het taalhistorisch onderzoek door de digitalisering van oude kranten in een nieuwe fase terecht is gekomen.
Daarom zullen er onder de talloze bezoekers die deze krantenbank trekt, veel taalonderzoekers zijn - amateurs en professionals. Op zoek naar antwoorden op allerlei grote en kleine vragen. Zoals: hoe oud is dit woord of deze uitdrukking? Hoe zit het met de opkomst van Franse, Duitse en Engelse leenwoorden in het Nederlands? Is, op basis van deze bronnen, nu eindelijk de herkomst van het woord fiets te kraken - een woord dat taalhistorici al ruim honderd jaar bezighoudt. Valt de bedenker van het woord bloesjesdag te achterhalen, en wat was er eigenlijk eerder: bloesjesdag of rokjesdag? De historische krantensite van de KB is een ware goudmijn.
Ewoud Sanders, mei 2010
