Door de eeuwen heen
Door de eeuwen heen
De oudste krant van Nederland die bewaard is gebleven is de Courante uyt Italien, Duytslandt etc. van (ca) 14 juni 1618, uitgegeven in Amsterdam door Casper van Hilten. Minder dan een jaar later telde Amsterdam al een tweede courant, aanvankelijk naamloos maar in 1629 Tydinghe uyt verscheyde quartieren gedoopt waarvan het oudste bewaarde nummer dateert van (ca) 10 februari 1619.
Andere steden volgden. In 1656 verscheen in Den Haag Post-Tydingen uyt 's Graven-Hage en in Haarlem verscheen in hetzelfde jaar de Weeckelijcke Courante van Europa uitgegeven door Abraham Casteleyn. Later wordt deze titel omgedoopt tot Haerlemse Courante en in 1664 om concurrentie tegen te gaan in Opregte Haerlemmer Courant. Ook Utrecht met de Utrechtse [Ma/Vrij]Courant en Rotterdam met Gazette de Rotterdam hebben aan het eind van de zeventiende eeuw hun eigen krant.
In de 17de en 18de eeuw verschenen kranten 2 a 3 keer per week in kleine oplages. Een nummer bestond uit 1 of 2 pagina's met berichten zonder titels of koppen, gesorteerd naar de plaats waar het nieuws vandaan komt met een datum, het meest recente nieuws stond meestal onderdaan, in plaats van bovenaan. Vaak bevatten ze vertaalde berichten van verslagen over gebeurtenissen uit andere streken. In de Patriottentijd (tussen 1780 en 1798) ontwikkelde zich een politieke, opiniërende kranten- en tijdschriftenpers. Maar door de restauratie van 1787 en de Bataafse Republiek (1795-1801) verdween dit weer.
Franse tijd
Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1810 was de Napoleontische perswetgeving van kracht. Dit bracht inhoudelijke (censuur) en cosmetische (titel/tweetaligheid/formaat) veranderingen met zich mee. Vanaf begin 1811 moesten de couranten tweetalig verschijnen. In korte tijd veranderden veel titels meerdere keren van naam. Een voorbeeld is de Amsterdamse Courant die vanaf 1811 in vier jaar tijd vijf keer van naam veranderde.
- 1800-1811 Amsterdamse Courant (t/m 2.2.1811)
- Per 5.2.1811 Gazette d'Amsterdam/Amsterdamsche Courant
- Per 1.12.1811 Aff. etc d'Amsterdam/ Advertentien.. etc van Amsterdam
- Per 17.11.1813 Amsterdamsche Courant
- Per 1.1.1814 Departementaal Dagblad van de Zuiderzee en Amsterdamsche Courant
- Per 5.5.1814 Amsterdamsche Courant
Dagbladzegel
De Franse machthebbers voerden in 1812 de dagblad-zegelbelasting in. Dat is een belasting op basis van het formaat van de krant en op de advertenties. Hoe groter de krant, hoe hoger de belasting. Pas in 1869 werd de belasting afgeschaft. Vanaf dat moment was de weg vrij voor een snelle ontwikkeling. De pers kwam tot bloei, mede door de economische veranderingen, het ontstaan van geestelijke- en culturele stromingen en de nieuwe druk- en zettechnieken.
Ontwikkelingen in de 19de eeuw
Na de Bataafs-Franse Tijd begonnen enkele kranten zich voorzichtig politiek te roeren. De regering, maar ook individuele politici, gingen kranten als medium gebruiken. De regering steunde kranten als de Avondbode (1837-1841) en Journal de la Haye (1830-1849). De conservatieven gebruikten de Constitutioneel (1855) en De Nederlander (1850-1855) als platform. De Grondwet (1853-1855) werd gesteund door liberalen, onder wie ook katholieken. Kranten gingen berichtgeving combineren met commentaren, opiniërende bijdragen, ingezonden brieven (mijnheer de redacteur) en besprekingen van boeken. Niet onbelangrijk was de opkomst van de rubriek 'mengelwerk' waar de Leydsche Courant als eerste mee begon op 2 januari 1824. Ook de diversiteit aan advertenties nam toe.
De opiniërende kranten vervulden een belangrijke functie voor het politieke klimaat. Er ontstonden politieke stromingen en vervolgens ook de politieke partijen. Voorbeelden van 'redenerende' kranten zijn het Algemeen Handelsblad (1828-1970), Arnhemse Courant (1814-2001) en de Nieuwe Rotterdamsche Courant (1844-1970). Zij bevorderden de verscheidenheid aan opinievorming in de maatschappelijke elite. Ook voor het culturele leven nam de betekenis van kranten toe. Dit blijkt duidelijk uit de opkomst van de literaire kritiek. Het Algemeen Nederlandsch Nieuws- en Advertentie-blad (1818-1831) is een van de eerste kranten die zich aan literaire kritiek waagt.
Twintigste eeuw
In de twintigste eeuw ontwikkelde een moderne levensstijl. Dit kwam tot uitdrukking in de stedelijke cultuur, snelheid, massificatie, nieuwe media en populaire cultuur. De meeste gevestigde kranten speelden een belangrijke rol in de consolidatie van de 'verzuilde' maatschappelijke verhoudingen. Rond 1900 kende Nederland drie grote machtsblokken: twee religieuze - een katholiek en een orthodox-protestants - en een socialistische. De kranten die hierbij aansloten, waren Het Centrum van de katholieke voorman Schaepman, De Standaard van de antirevolutionaire leider Kuyper en Het Volk van de socialist Troelstra.
Typerend voor de periode vóór en na de oorlog zijn de debatten over de nationale identiteit, de uitbreiding van het kiesrecht en de waarde van de parlementaire democratie, evenals de welvaartstaat. Onder andere te vinden in neutrale kranten zoals De Telegraaf en Het Nieuws van den Dag.
Tweede Wereldoorlog
De Duitse bezetter maakte een einde aan de vrijheid van drukpers. Kranten die verschijnen, moeten zich conformeren aan de opgelegde regels. De legale pers wordt gecensureerd en brengt propaganda voor de Duitsers. Kritische kranten kunnen alleen als illegale krant verschijnen in de ondergrondse pers.
1965-1995
In de jaren zestig krijgt de krant een andere betekenis. Zij verliest haar feitelijke monopolypositie door de opkomst van de televisie en andere nieuwe media. Tegelijkertijd breidt ze haar werkveld enorm uit, op het terrein van economie, politiek en cultuur, met een steeds grotere expertise.
Kranten als De Volkskrant, NRC en Trouw bieden een platform voor het politieke debat en schrijven over onderwerpen als kerk en religie, ethiek, moraal en opvoeding, maar ook over kunst en sociale en multiculturele verhoudingen. De populaire cultuur en consumptiesamenleving breekt door, wat in een krant als De Telegraaf goed zichtbaar is.
De pers bevrijdt zich van de traditionele banden met de zuilen. De houding ten opzichte van kerkelijke, wereldlijke en Koninklijke autoriteiten wordt kritischer. In de nieuwsvoorziening komt meer openheid en openbaarheid. Er treedt een schaalvergroting op bij de krantenuitgeverijen, de kleine afzonderlijke uitgeverijen worden overgenomen door grote organisaties.