Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Naar schatting is op deze pagina 97.1% van de tekens correct.

FILMKRITIEK METROPOLIS. Ufa-lilm.-Asta-theater.

„Der müde Tod" — „Dr. >labuse" — „Die Kibelungen" — „Metropolis" Dat is de filmcarrière van Fritz Lan» die thans wel gansch en al onbetwist de grootste figuur is, die de filmwereld tot heden ten dage kent.

„Der müde Tod" was, ondanks sublieme momenten, beginnerswerk geestelijk en picturaal verbrokkeld en onrijp. „Dr. Mabuse", een historisch document, stond aanstonds daar buitengewoon ver boven, was een nerveuze karakteristiek van het tuimelende Duitschland van den inflatietijd. Hóé knap ook, hoe belangrijk als psychologisch studiemateriaal „Maduse" ook was, Lang vestigde er nog niet zijn roem mee. En de inflatie ligt nog maar zoo kort achter ons; eerst in later jaren zal men inzien, welk een waarde dit filmwerk heeft.

En tóén kwam „Die Nibelungen". Daar werd het Germaansche heldendicht in cinematografie gebracht, daar werd een filmpeil bereikt, dat men nog niet kende. In de bijna beangstigend snel evolueerende filmwereld, waar de kunstfilm van gisteren, door de kunstfilm van bellen overvleugeld wordt, is „Die Nibelungen" in haar volle monumentaliteit blijven staan, heeft niets van haar kracht verloren, is een zang in beelden, een sage in l'ichttrilling en zwart wit-kunst. Alleen al bij 't herdenken van dat meesterwerk bekruipt me de lust. bladzijden te wijden aan dit ontroerende epos van de Oude Waereld. Maar „Metropolis" eischt de aandacht voor zich op en nog éénmaal moge ik recapituleeren: „Der müde Tod": het tooversprookje, „Dr. Mabuse": het toenmalig heden. „Die Nibelungen": het legendarisch verleden. „Metropolis" : de toekomst. Reeds ,n mijn kritiek op „Die Nibelungen" gewaagde ik van een noodzakelijke artistieke consequentie; nü toont die duidelijker, hoe Fritz Lang „van zelf" tot dit laatste onderwerp kwam. Wie gaat fantaseeren over de toekomst, heeft daarbij bijna steeds een ethisch beginsel. Afgezien van grapjes over wat ons na zooveel jaar te wachten zal staan, is alle ernstig werk over de toekomst minder prefetisch, dan wel filosofisch geweest en Tliea von Harbou's roman „Metropolis", welke hier in filmbeeld kwam, is dan ook zuiver moraliseerend.

Men vergelijke Bellamy s „In het Jaar Tweeduizend", dat eveneens sociale misstanden poogt op te lossen in dezen vorm. Nu geloof ik niet. dat de schrijfster werlcel^'v gemeend heeft, dat de toekomst zich voltrekken zal, zooals ze die in haar roman geteekend heeft: een lichtstad van vreugde voor de rijke intellectueelen, een onderaardse!™ stad voor de arbeiders. Het g^at dan ook niet om dien uiterlijken vorm, maar om de strekking: het gevaar van staag toenemende mechaniseering, tot te groot gerief der leiders, tot geestelijke afstomping der bedieners van dc machines, die daarmee samengroeien. Die twee groepen, die ongemerkt zijn teruggevallen tot den barbaarschen staat van oligarchie, móéten een bemiddelaar vinden, wil er geen fataal conflict ontstaan. En kortweg gezegd is de tendentie: hoofd en hand moeten verzoend worden door het hart.

Dit is de roeping van Thea von Harbou's roman en dit is dus ook de film.

En nu zal tevens de lezer hebben bespeurd, dat de kracht van deze film tegelijkertijd haar zwakte is: intellect. Noch bij. „Mabuse", noch bij „Die Nibelungen" kwamen zulke stellingen kijken. Zij regeerden rechtstreeks via het gemoed. „Metropolis" richt zich nagenoeg uitsluitend tot de hersens en eisclit zelfs Veel van het geestelijk laadvermogen van den toeschouwer.

Men. moet zich wél realiseeren, dat de cinematografie (althans tot heden) een buitengewoon emolboncele kunst is en zich immer uiten wil in gevoelswaarden. En daarom is „Metroloplis" een moei! ij k e film. Zoodra een film een geroep doet op intcllectueele waaiden, gaat men dwalen en vragen stellen, die niet gesteld behooren te worden: Waarom moesten die arbeiders onder den grond leven? Hoe werkten die machines? enz., wat niets met de eigenlijke waarde dezer film te maken heeft. Alen moet dat klakkeloos aanvaarden. Dat is de vorm slechts, dat zijn symbolen, zonder welke men de geponeerde gedachte niet kan uiten.

Waar de wezenlijke waarde dan wel in ligt?

Ten eerste in de these: hoofd en hand moeten verzoend worden door het hart. Ten tweede door de beelden. Film immers kan slechts door haar heelden gemeten worden.

Welnu, deze beelden zijn nieuw. Dat klinkt eenvoudig, dat i s ontzaglijk. Werkeiijk nieuwe beelden te brengen aan een menschheid, die reeds in de dagen van Olim het .nil nov! sub sole" dorst beweren, is geweldig.

Zij zijn niet nieuw, omdat dit werk in de toekomst speelt en nieuwe machines toont, maar omdat hun composities, hun groepeeringen, hun rhythmen, hun wezenlijke aard nieuw is. Alleen al de manier, waarop Lang met licht getooverd heeft, maakt deze film grootsch.

Kortweg: U heeft nog nimmer -zooiets gezien, omdat nog nooit iemand aan een gedachte deze nieuwe vormen wist te geven. Du/zend etsers kunnen duizend kerken etsen en — hóe mooi ook — het zal altijd weer vertrouwd zijn, herinneren aan andere etsen van andere etsers en andere kerken. Maar „Metropolis" is een fonkelnieuw beeld en er is niets, wat onze vermoeide wereld zoozeer behoeft, als iets wat i n n e r l ij k nieuw is.

Niet ieder kan wezenlijke grootheid waardoeren. Droeve ervaring heeft me geleerd, dat juist bij de grootste films, de kleine kerels mopperen gaan: „Maar dat is toch onnatuurlijk!" Dat zijn de impotenten, do niet scheppen en óók geen schepping kunnen velen. Te hunnen behoeve zijn de malle maatstaven uitgevonden,

Maar dit verzeker -k V: over honderd jaar zal men deze film nog vertoonen! Mijn plaatsruimte loopt al ten einde, vóór ik nog maar een tiende heb gezegd, van wat „Metropolis" aangaat. Ik moet mif dus helaas het meeste van de schouders schuiven en verwijden naar het Metropolis-boekje, in het Asta-theater verkrijgbaar. En ook dat zooveel lijviger Fesehriftje brengt nog veel te weinig. Men kon een voldragen boek wijden aan dit filmwerk.

'I och is hier maar één hoofdzaak van belang» gaan zien .Dat is zóó eenvoudig, dat er niets aan toe te voegen is. Films 2 ij n niet om over te praten. U moot komen kijken. Het is te gek om van te praten. dat een werk als dit werkelijk in Den Haag vertoond wordt en een ernsti^ menseh zou wegblijven. Wat het „Mos. kauer Kunstlertheater" voor het tooneel is: een evenement van absolute waarde, dat is „Metropolis" voor de filmkunst. Daar ligt een gebod in opgesloten: L' moet komen! 1

Luc. Willink.

Het Asta-theater heeft de voorstelling in twee deekn gesplitst. Vrijdag a.5. het eerste deel. Op de muziek van Gottfried Huppertz (uitgevoerd door het orkest van ,6 man o. I. van Jaap Wolf) komen wij no? nader terug. ' "

Kop: 
X
 
FILMKRITIEK METROPOLIS. Ufa-lilm.-Asta-theater.
Krantentitel: 
X
 
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad
Datum, editie: 
X
 
17-02-1927, Avond
Nummer: 
X
 
Uitgever: 
X
 
M. Nijhoff [etc.]
Plaats van Uitgave: 
X
 
's-Gravenhage
PPN: 
X
 
832689858
Verschijningsperiode: 
X
 
1869-1945
Periode gedigitaliseerd: 
X
 
1920-1945
Verspreidingsgebied: 
X
 
Landelijk
Soort artikel: 
X
 
artikel
Bezit en bezitskenmerk: 
X
 
KB NBM C 44 [Microfilm]