Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Naar schatting is op deze pagina 98.1% van de tekens correct.
Voor de af deeling Den Haag van de Jongeren Vredes Aktie (J.V.A.) heeft dr Menno ter Braak, uit Rotterdam, gisteravond in het gebouw De Rnyterstraat 6? gesproken over de vraag: «Wat zijn goede Europeanen?"
In zijn inleidend woord merkte de voorzitter, de heer Joh. Kasander, o^. op, dat de J.V.A. zich op een ruimer gebied wilgaan bewegen dan tot nu toe, door ook sprekers uit te noodigen, die buiten de directe beweging staan. Hij verheugde er zich over dat dr ter Braak bereid is gevonden, zulk een spreek» beurt te vervullen. Menno ter Braak begon met te herinneren aan de verbranding in Duitschland van ' boeken van niet-Arische schrijvers als uitgangspunt voor zijn verhandeling. De vraag: wat goede Europeanen zijn. wordt dikwijls onzuiver bezien door den politiekén Kant ervan, welken spr buiten beschouwing wil laten, naar voren te brengen. Een bepaald land of een bepaalde partij stelt gaarne het Europeesch probleem als zijn of haar" ideaal voor en men beschouwt het daarbij dan van den sentimeuteelen kant Spr. wil het gevoel niet buitensluiten, maar meent, dat men met het idealisme niet te vroeg moet beginnen.
De Pan-Êuropa-organisatie van graaf «sondenhove Kalergi heeft ' voor spr «en te idealisUschen kant Ook de pacifistische gedachte en het juridische probleem ontaarden gemakkelijk in deze richting. De ethische opvatting vereischt eveneens groote voorzichtigheid. Dit idealisme staat te ver buiten de werkelijkheid. De generaal en de beursspeculant zijn in 't algemeen voor dit idealisme niet gevoelig. Zij willen zich niet met hersenschimmen bezig houden. Men kan ze deswege als minderwaardig beschouwen, maar daar» mede komt men niet verder. De reeele macht is in de practijk nu eenmaal meer waard dan alle utopistische opvattingen. Spr wil den generaal dan ook au serieus nemen, en bij wil zelfs den oorlog niet minder verwerpelijk achten dan bepaalde machinaties in vredestijd. Wel werken de middelen, waarmee de oorlog gevoerd wordt sterker op ons gevoel.
Spr stond vervolgens stil bij de tegenstelling tusschen de Europa-gedachte en hei nationalisme. Onjuist achtte hij dat het nationale instinct een oorspronkelijk instinct zou zijn, wat hij met eenige historische voorbeelden staafde. Zoo bestreed spr OH. «te voorstelling van den 80-jarigen oorlog als een natiónalen opstand. Eerst in de l9e eeuw, na Napoleon, die zich een Europeeseben staat als ideaal stelde, is het nationalisme als reactie opgekomen, ziéh uitende in de Heilige Alliantie. De pogingen van Napoleon waren tyranniek militaristisch, die van de Heilige Alliantie waren hypocriet. Hét oorspronkelijk gevoel, dat ieder» een voor zijn eigen land en volk kent heeft niets te maken met dit nationalisme, waarvan de idealen niet anders zijn dan geperverteerde instincten. Spr. stond vervolgens stil bij de geniale wijze waarop Bismarck het nationale gevoel in Duitschland heeft opgevoerd tot een soort waan?*.n<^E.el|odèF^gévölgënfyan dézen vickMzih H, dat de bewapeningen tégen "elkaar worden^ opgestapeld onder een dwang. Ook hier ziet spr. een perverteering van een oorspronkelijk gezond instinct van de persoonlijkheid, om zich té handhaven, zoodat een soort krankzinnigheid ontstaat die niemand begrijpt en waaraan niemand een eind kan maken.
Op de beteekenis van dergelijke dwanggedachten ging spr. nader in om vervolgens de kwestie van de nationaliteit en het ras te be» schouwen. De rassenkwestie is als zwendel volgens spr. nog verleidelijker dan.de nationaliteitskwestie. Beide dekken elkaar volstrekt niet. In Frankrijk bestaat het rassen-ideaal niet meer, terwijl in Duitschland daarentegen de nationaliteitsgedachte volkomen overwonnen is door het rassen-ideaal. Ook het besef van het ras is geen oorspronkelijk instinct De barbaar leeft zijn ras, maar kletst er niet over. Hieruit kan men concludéeren, aldus spr., dat Hitler heelémaal geen ras heeft Ook door het aanvoeren van andere détails en citaten oefende spr. vernietigende, zij het tevens humoristische eritiek op Hitlers wezen en mentaliteit Ook in het rasgevoel ligt echter een mensch/» lijk en natuurlijk element, dat wij duidelijk ervaren als wij tegenover een neger of een (Hinees staan. Tegenover de Joden, die zich zoo vermogen te assimileeren, laat dit instinct zich echter niet gelden. De Jodenvervolging kan spr. dan ook niet anders dan als een verbijsterende stupiditeit beschouwen.
Hierna ging spr. na wat Nietzsche beschouwt als de kern van de Europeesche gedachte. Ter inleiding hiertoe wees hij op de assimileerende factoren van dezen tijd, als het verkeer en ban» delsverkeer, de radio, de bioscoop, de courant en de mode. De geestelijke factoren komen hierbij in de laatste plaats in aanmerking. Nietzsche heeft begrepen, dat men de realiteit onder de oogen moet zien en dat de goede Europeaan als kuddedier zijn rol te vervullen heeft, zal men tot een andere menschheidscon» ceptie kunnen komen. Het veelzijdig verzet om tot het Europeesche kuddedier te hooren is begrijpelijk en hieruit verklaart spr. dan ook allerlei nationaliteits-verschijnselen. De realiteit van den kudde mensch wordt door Nietzsche niet gezien als iets minderwaardigs, maar als iets noodzakelijks om tot het betere te komen. Tegenover . het voorbarig idealisme heeft men, zoo besloot spr., een realisme te stellen, dat zich niet boven de feiten stelt maar in de symptomen van het werkelijke leven een grondslag vindt om te komen tot de vorming van goede Europeanen. Na de pauze was er gelegenheid vragen te «tellen aan den spreker. De heer Kasander heeft dr Menno ter Braak dank gebracht voor zijn boeiende uiteenzet» tingen.