Zoom
 
 
 
 
Deel 6/14
   
 
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Naar schatting is op deze pagina 96.4% van de tekens correct.

DE TIENDE JUNI:

een ongeluksdag voor den Doolaard

Twee valpartijen; resultaat een dubbele beenbreuk

Moeilijk gcwondcnvcrvocr door de bergen

In de Toeristenkampioen schrijft H. J. A. Schlnlz een zeer lezenswaard relaas van den skitocht waarbij de bekende schrijver A. den Doolaard zoo ongelukkig kwam te vallen, dat hij zijn scheen en kultbeen brak en naar het ziekenhuis in Wcngen vervoerd moest worden, waar hij thans hunkerend uitziet naar den dag. dat hlj weer genezen de bergen zal kun» nen intrekken.

Het was hcolomaal een ongeluksdag voor den Doolaard, want toen hij 's morgens op weg ging maakte hij oen buiteling In de hard bc» vroren sneeuw, waarbij hij zijn gezicht danig beschadigde. Eenigen tijd later besloot hij dan ook maar naar de Finsterahrhornhut terug te keeren. De anderen zetten den tocht voort maar als zo later terug keeren doen ze een ontstel» lende ontdekking.

Sklstokken als spalken.

— Daar zien wij plotseling tot onzen schrik een gestalte In de sneeuw liggen on twee anderen staan er hulpeloos bij — zoo vertelt 11. J. A. Schintz, een trouw vriend van Bob (A den Doolaard).

Daar moet een ongeluk gebeurd zijn; als het maar niet iemand van ons groepje is! Een oogenblik later hebben wij de drie bereikt en Xandy. de drager, brult ons toe: „Bob bat das Bcin gebrochen." Daar ligt de arme pechvogel, en onthutst hooren wij naar zijn verhaal, zooals hij zelf het ons vertelt

Ook hij was het laatste stuk Schusz (= rechtuit) gegaan, totdat opeens bij matige snelheid zijn linker ski in een ondiepe voor was blijven steken. Hij sloeg voorover en zijn been draaide onder hem weg. Hij voelde terstond, dat scheen» been en kuitbeen beide gebroken moesten zijn, want het onderbeen en de voet bungeiden er geheel verdraaid en los bij. Xandy had direct zijn skistokkcn doormidden gebroken on mot behulp van een zwachtel zoo goed en zoo kwaad ais het ging een voorloopig verband aan» gelegd, waarop hlj naar de Konkordlahut die een kwartier verder is gelegen, was gesneld om met een armvol dekens terug te kceren, waarop de patiënt werd gelegd, terwijl een rugzak als hoofdkussen dienst deed. „Hoc laat is het gebeurd?" „Een half uur geleden." Ik kijk op mijn horlogo: het wijst Juist twaalf uur. Oka, die in zijn Jarenlange gldsenloopbaan al heel was ongelukken heeft meegemaakt. Inspecteert het noodverband en vindt dat het been opnieuw en beter gespalkt moet worden. Bovendien klaagt Bob over veel pijn, omdat de linkervoet voortdurend scheef zakt terwijl het scheenbeen op de gebroken plaats door de huid dreigt te stopten. Noodverband. Oka haast zich naar de hut tracht levergeefs radiotclefonlscho verbinding met het Hotel Jungfrnujoch te krijgen, en keert terug met nog meer dekens en met een paar lange, platte stukken brandhout Beter materiaal bevat de verbandkl.t in de hut niet; wel slechter. Met vaardige hand spalkt onze skidokter het been opnieuw en dc voet wordt nog extra gefixeerd met een dekenrol, gesteund door een in de sneeuw gestoken Pickcl.

„En jij. Xandy. ga direct op ski's naar het Jungfraujocn en alarmeer de reddingsexpeditie. Er moeten ten minste zes man meekomen, want de sneeuw is diep en zwaar en anders krijgen wij de slee nooit naar boven. Loop zoo hard Je kunt. Normaal is do afstand 3 uur,.maar in 2 uur moet Je er zijn."

Do bravo Xandy heeft zijn ski's al aan en hij rent weg in record-tempo*.

Uitvoerig schildert de schrijver de besproe» vingen van het lange wachten op hulp.

„Eindelijk, om vijf uur. hebben de zes mannen, met Xandy als zevende, ons bereikt Nu wordt snel de groole reddingsslee uit dc hut gehaald, dekens worden er over uitgespreid en dan wordt Bob er heel voorzichtig op gelegd, zijn hoofd weer op den rugzak. De patiënt wordt rondom vastgesnoerd met touwen, want hij moet een zijn met dc slede en vooral het linkerbeen moet volkomen vast liggen. Het Is natuurlijk een pijnlijke affaire voor mijn skikameraad, maar dc dappere kerel houdt zich goed en hij geeft geen kik.

Ondcrtusschcn is het gaan regenen, neen, gieten, en hot regent hooivorken met de punt» ten naar beneden als eindelijk om zes uur de sloot zich in beweging zet"

Een «ware gang.

De tocht naar het hotel is een lange marteling voor ieder, die er bij is. Bijna bovenmen» schelljke krachtsinspanning is noodig om vooruit te komen. Worstelend trekt de kleine stoet bestaande uit de zes dragers, Oka de gids en Xandy, de drager met den Doolaard in hun midden, Han Schintz en Eric, de ochtgenooto van den Doolaard verder. Er wordt heel voel van hen gevergd, maar tenslotte wordt hel doel toch bereikt Daarover schrijft H. J. A. Schintz nog:

„Daar doemen in den mist twee schimmen op. Het zijn de portier van het hotel in volledig uniform, en een beambte van de Jungfraubahn in zijn blauwe kiel. Zij komen helpen en brengen als welkome lafenis een groote kruik hecte thee met citroen en een flesch cognac mode. Bob neemt een hartigcn slok van beide en ook do redders doen zich te goed. Dan grijpen opnieuw tien sterke handen in het touw en voort gaat het weer.

Steeds wordt het transport moeilijker en zwaarder, want nu moot de slee schuin op de helling naar boven getrokken worden. Zes mannen trekken als paarden den gewonde en de vier overigen kunnen slechts met inspan» ning van al hun krachten de slede voor afglijden behoeden. Meter voor meter moet veroverd worden. Het zweet gulst den redders van het gelaat en elk kwartier moeten zij rusten om hart en longen een weinig op verhaal te later, komen.

Bob draagt gelaten zijn weinig benijden,-waardig lot Hij dommelt een beetje, neemt af en toe een slok thee of cognac en waarlijk, ter afwisseling zingt hij nu en dan een liedje. Alloen als de slede schokt, vertrekt zijn gezicht in grimmige lijnen. En np de dikwijls her» haalde vraag of hij pijn heeft antwoordt hij, dat het best gaat

Eindelijk!

Eindelijk. Goddank, eindelijk! Erie slaakt een diepen zucht van verlichting en slikt weer een traan weg, nu wij vlak voor ons zien opdoemen de donkere opening van de ijsgang. die voert naar het paradijs, dat Jungfraujochhotcl heet — althans vannacht.

Het ls tien uur. Met slede en al wordt Bob door de gang gedragen, dan met dc lift naar boven, een warme, lichte kamer, een zacht bed. een bord hcete soep. een glas rooden wijn, twee aspirines. En dan:

„En nu, ouwe gebroken skikameraad, moet je als de bliksem gaan slapen. Morgen ga Je met het treintje naar beneden naar Wcngcn en daar maakt dokter BUhlmann in zijn kliniek je poot weer piekfijn in orde."

Bob en ik, wij drukken elkaar de hand. Even kijkt hij mij diep in de oogen on dan zegt de schrijver van „De bruiloft der Zeven Zigcu»

„Aceoord, Han. En dan gaan wij het volgend jaar samen weer fijn skiloopen."