Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Naar schatting is op deze pagina 68.1% van de tekens correct.

Janan.

»e aardbeving te HolKollan,»,

Door vriendelijke tusxchcidonil-t van onzen consulgeneraal to Hongkong, M. J, • «-Juist, thans hier to lande, kregen wij inzage van «eu sclirijven van <l»u heer J. W. Bode, die te Jokohama de aardbeving beleefde eu daarvan in zijn brief «eu pakkend relaat. *?" m '«?«"'?''. ;Bo■Jo Tn,s van 1 Jununii IV2 tot eind-a April 192 x» als kanselier aan het consulaat te Éol>e verhonden eu had bijna al dien tijd onder den heer Huistgewerkt. #Hij nam daarna do poi«cloiu-cxl>ort»zakeu. van de firma James Eades <fc Co. t© Jokohama. toe» bohooreude aan den landgenoot W. Holst, over. Ju deu brief is meermalen «sprake van den heer van do Polder. Do heer Leon van do Polder kwam, voor zoover de heer «Huist zich herinnert, ongeveer NO jaar geleden in, Japan onder geleide van familie. Als 14 o« lö-mrigo jongen kreeg hij de kans in: dienst te treden) dy hefc lraiVcho gezantschap té Itanagawa (grenzende, aan Jokohama) en hu legde veel energie aan den dag vcor de studie van do Japansohe taal, waarin hij he» ver wist to brengen. Hij ging naderhand als tolk over bv het Nederlandsohe gezantschap in Japan eu tot voor «en i-aar jaar, — do heer «Huist vermeent 1918 of! I.*"*. "7 .7a,s ««. «d» ."lk-gozantschapsraad aan Harer Mazesteits legatie verbonden, toen hij pensioen kreeg. Hl, is voor do Nederlandsche belangen in Japan van! doteekenis geweest, vooral ook, omdat hij den noo» digeu takt had om met do Japansohe ambtenaren en do Japanners in het algemeen op de juiste wijze om to gaan. Behalve de Japanners -wijsten ook de andoro vreemdelingen hem to waardeoren en bij de laudge» nooteu stond hij al bijzonder goed aangeschreven. Een neder stelde hot op prijs bij hem en zijne echtgenoote. eene geboren Amerikaansche. te gast te zijn, wat menig Nederlandsen gezant, onzo mHitairo attadhé's, vele on consuls, waaronder de heer Ai^, -**I*.1*. -"uden kunnen beamen. t^Men, Tpis "' "'!'»**! «-«**"* van hartelijk w«lkom te W*woro*eu geheet-en in hunne woning aau de legatie te H Tokio, kun bescheiden landluiisjo te Tamakoera. en do H,laat«te j.ii-en iv hunne woniu? op heb heuveltorreiu vau l7^okoh«-lnii*l. Hoe hewolidererVvaardig de Japansche sheAnden zich ia de rampzalige dagen van begin. Lop•Xx-I¥wr . l***"B hunne meTStei-s hebbeu gedragen, wijk. wel uit de mededoelin!? vau den heer Bode» dat «le jongen, die mot de familie van de Polder oud waa , geworden, hot echtpaar, ondanks zijn eigen belang om •voor eigen veiligheid te zorgen, heeft begraven. Voor «lover de heer Q. weet, waren het de jongen en de amah, die het echtpaar aanvankelijk redden; maar «oor l^vorlamming ten gevolge van, den schrik zijn «oowel de heer als mevrouw! >van de Polder onmiddelluk gestorven. Zij moeten onderscheidenlijk 71 en O? jaar oud zijn •geweest Hét is, bekend, dat de heer W. H. de Visser, onze Hmpathiicke vioe-consul te Jokohama, in het «rand Ho»el omkwam. Dc waarneming van het vice-consu. '*".?** is thans tijdelijk opgedragen aan den heer 31. 3. WieixNim, leidend directeur van de naamlooze vennootschap 21. 8. Wiersurn & Co. I>td. Dit is eene Ne■derl*uixixMo f üma van zekere beteekenis te Jokohama. Kaast import» en exportzaken heeft zij «het agentschap vau de Java-China-Japan-liju en als zoodanig ook van. de Ltoon^aarimaatschappij Nederland» den Rotltordainschen Idoyd en de Holland-Dost-Azie lijn; te te Robe heeft de J. C. J. D. haar eigen kantoor, mede voor de andere lijnen. De genoemde maatschappij heeft haar kantoor te Hokohama heropend, de fiimn. James Eadcs «fc Co. 'ilJoixS. W. Bode) drijft thans haro zaken te Xobe. Eu nu den brief van den heer Bode zelf, welk achrij» iven gedateerd is nit Lobe, den Vden December: '* * *

Zooals u weet, hadden wo te Jokohama geregeld kleine aardbevingen, maar men was «r aan gewend en maakte er zich nooit beangst over. Ik nam dan ook nooit den voorzorgsmaatregel (mij nog door den heer van de Polder aan de hand gedaan) om onder don deurpost te gaan staan. Dezen keer deed ik hot wel (omdat do «ei*ste schok dadelijk zoo hevig was) en dat is mijn geluk geweest. Dat ik het «r overigens levend heb afgebracht, kan ik mij op het moment, nu ik alles, nog eens kalm kou overdenken, nog steeds niet begrijpen. Ware «en enkele steen van, den «gen van steenen, dien ik op auij kreeg, cc» beetje ■anders, gevallen, ik had er niot veel van kunnen navertellen.

IK was dan op dien noodloitigcn Zaterdag, I September, even voor 12 uur uit mijn kantoor naai- dc .-pakkaiuci'. gegaan. Daar waren aan het werk mijn oude hoofdpakkei* eu ecu pakmeisje (Japanners). !Toen begon met een heel hevigyn schok ineens die ■groote beving. Do eerste seconde dacht ik nog niet het ergste, en ik zei nog tegen mijn ouden pakker «That 's a good one", doch do volgende halve seconde begreep ik, dat het dit keer meonens was en stond ik met een sprong onder den deurpost. Die oude man volgde onmiddel, {lijk mijn voorbeeld ei» hét pakmeisje >ook. Alles kraakte en bijna oogenblikkelijk begonnen de steenen te vallen. Het ging natuurlijk alles bliksemsnel, veel vlugger dan ik het hier neer kan schrijven. Toen wij met on» drieën ouder den deurpost stonden, zag ik op hot laatste moment vóór het donker werd nog mijn typiste, die juist dien dag voor het eerst bij mij werkte, in de hal voor do trap loopeu. Ze was mijn kantoorkamer uitgevlucht en was blijkbaar in twijiel, welken kant op te gaan. Dadelijk schoot mij door het hoofd „O, kind, jij beut vast verloren", en daarna was alles pikdonker en gingen we mot den deurpost den kelder inzakken. Nu volgde een ontzettende re» gen van steeven, balken, puin, stukken van meubelen, enz. enz. Doordat -wo den kelder inzakten, ging ook do deurpost uit zijn verband eu zoo bleef ik in het donker staan watortrappen op wat maar onder mijne voeten kwam, terwijl ik alles wat op en rondom mij viel, maar trachtte weg to duwen, wat nogal tamelijk Vemakkelijkj ging, omdait alles in beweging was, .want het lieven bleef aanhouden. De eenigo gedachte, die ik toon had, was dat dit nu het einde van alles was en dat ik daarvoor nu al dio jaren in den Ooö» gezeten had. Ik had mijzelf op dat «ogenblik absoluut afgeschreven. Bang was ik op dat moment niet, dat -weet ik me heel zeker te herinneren * daar was trou-wou» ook geen tijd voor; het eenige doel, dat ik had, .was hot zoo lang mogelijk vol te houden om nog een klein kansje to hebben en ik begreep, dat ik vóór alles moest zorgen, dat ik niet horizontaal kwam, .want dat ik dan armen of beenen zou breken en later niet onder don boel wog zou kunnen komen. Daarom ook bleef ik voortdurend staan watortrappen en oppassen, dat ik mot bekneld raakte. Van de andere méuscnen rondom mij zag ik op dat moment niets, hoorde ik niets, wist ik niets. Toen, op eens, viel ér een heel groote, zware koffer op miju hoofd, die mij bijna liet bewustzijn deed verliezen. Ik zag toen r»sterretjes en voelde mij even wegpinken en horizontaal komen. Hot volgende oogenblik had ik echter -ivoor dé wilskracht om het nog even vol io houden. Aan den slag van den koffer eu aau den vorm en het hout had ik dadelijk gemerkt, dat het ecu «wphorwood-boic was van don ook u bekenden Bevc ■rend H., dis hij tijdelijk bij ons had achtergelaten eu die op de derde verdieping stond. Ik begreep dus, dat het niet lang meer kon duren of ik moest door hei dak heen zijn, eu dat gaf nieuwen moed. Een oogeniblik later werd het dan ook licht, ofschoon alles natuurlijk één wolk van puin was. Ik wist toen nog niet, dat ik vijf gaten in mijn hoofd had, daar voelde ik niets van, maar wel voelde ik, dat mijn rechteroog vol zat met bloed (dat was van mijn hoofd af in mijn oog geloopen) en voelde ik het van daaruit over mijn gozicht loopen. Ik dacht toen, dat ik er mijn rechteroog bij ingeschoten had, of dat hot op zijn minst uitge«chenid was. Later bleek mij pas, dat er niets aan mankeerde. Het beefde intusschen nog maar altijd door, doch er stond niets meer overeind, dus «r kon ■ook niets meer vallen. Wel was het rondom mij en hoven mij één wirwar van balken, brokstukken van meubelen, deuren, steenen, enz. Ongeveer «en meter van mij af stond mijn oude pakker; zijn enkel was ge. ■hroken. Onder mij, op den bodem van den kelder, bcponnen twee meisjes te schreeuwen. Het waren het -pakmeisje ei, de typiste. De laatste heeft bepaald ons nog zien staan en waarschijnlijk in het donker een ■sprong gedaan tusschen den vallenden boel. ze Ing tenminste naast het pakmeisje. Die twee heb ik toen ■eerst naar boven getrokken, dat wil zeggen naar de iplek waar wij stonden, ds pakker en ik. Langzamerhand hield het beven op en wilde ik toen prolieeren, «r •uit te komen. Die oude man zei nog „Mijnheer, dos het niet, want er komt nog een tweede hevige schok, blijf hier staan", maar ik wilde er niet van weten. Ik zag een/ eind boven mij een gat, waar net een üuan door kon en ook zag ik dat er eén balk schuin Bug van onze plaats af naar dat gat. Ik heb toen dien ouden pakker, dio eerst niet wilde, op dion balk •gezet en. ik achter hem, aan, hem zoo naar boven Oescboven. Daar kwamen» wc op het ingestorte dak van de bijgebouwen, dat circa 2 manshoogten boven» den beganen' grond (die natuurlijk «een zee van steenon, puin, brokstukken en dakpannen» was») lag. Toen ibeni ik teruggegaan en» heb die twee meisjes een voor «en evenzoo naar buiten gewerkt, zoodat we per «lot ,van rekening met zijn vieren op écu dakje zaten. Toen ■kwam de tweede zware schok. We werden op dat dak heen én weer geslingerd als ik weet niet wat, maar gelukkig ging alle, goed. Daarna zag ik in de verte ibrand (het was nog slechts één enkel huis), en» stelde ik voor om te pvobeeren naar den zeekant te komen, maar weer wa» die oude man er op tegen. Buitendien •lag mijn typiste half in zwijm, dus ik begreep,,dat lik zo nooit allemaal mee zou kunnen nemen. Op dat oogenblik had ik nog niet het minste idee. dat er even flater een alles verwoestende brand zou ontstaan. Ik tzelf had b gaten in mijn hoofd en was overdekt met wonden. Aan alle kanton stroomde mij het bloed «langs gezicht en lichaam. Een» jasje had ik op het ■oogend-dik van do aardbeving niet aan vanwege de hitte. Ik had enkel een overhemd, boord en das, witte broek en riem, on een paar sokken ca-schoenen, aan. Boord en da» deed ik al dadelijk af en gooide ik weg, dio hinderden! maar. «.lijn overhemd wa» gedrenkt van ■het bloed, mijn broek overal gescheurd. Ik had geen «ont «p zak. Zoo kwam ik uit de aarbeving te voor» «chijl.. Opeen» begon het op 4 of t» plaatsen, niet ver <van on» af, te branden. Toen zag ik dat het mis werd je» ifc ben het dak afgegaan om te zien, waar we heen konden. Eerst ben ik nog gaan kijken of ik nog weer «n Mijn kantoor kon komen om te probeeron* wat van mijn hoeken te redden. Er wa» geen- kan» op, alles lwaa overdekt met «teenen. Zooals n weet, was hét hui» van den heer Holst «eu, huis, van drie verdie» gingen, dus ei* wa» heel wat naar beneden' gekomen. Toen ben ik naar do straat gegaan om te -*icn of wo Naar door konden. Geen kijk op, er lagen bergen atoooén. Daar ■ontmoette ik toen mijn oveihuurmau WHnHIiH, «Hien u ook wel kent waarkohijnlijk. Samen Wo arriveerden ongeveer tusschou half 1 en kwart voor 1 op het „x«clain.ed land" en toen stond zoowat de heele stad in vuur en vlam, ook de Bluff hoven ons. Wij zijn toen verder den geheelen middag maar kalm blijven liggen eu maar blijven afwachten. Do rook was af en toe zoo hevig» dat jo geen hand voor oogen zag. Do ««hepen in den haven hoorde men voortdurend fluiten, die liepen groot gevaar, omdat de meeste lichters onmiddellijk in brand waren ge» vlogen. Tegen 6 uur '« avonds begon de brand te minderen eu toen kwamen er langzamerhand .sloepen van de schepen naar den wal om ons af te halen. Ik beu toen eerst om half acht zoo goed en zoo kwaad als het ging de Bluff (vooibedoeld houvclterrein) nog opgeklauterd om te zoeken naar den heer en mevrouw van de Polder. Ik had dat 's middags al willen doen, maar het was onmogelijk omdat alle» in brand stond. De heele stad was om half acht nog «eu zee van smeulend vuur. Ofschoon hst al lang donker was, was alles goed verlicht door de smeulende huizen. Bij de woning van do familie van de Polder gekomen, vond ik er niets dan do nabrandende overblijfselen van het huis. Ra lang zoeken vond ik ze eindelijk in den tiun van het British Zsaval Hospital, beiden dood. Zo waren niet verbrand, ook kon i' in het donker geen wonden oudcrschoidei>, Ze ivoren beiden al koud, zoodat ik vermoed, dat ze direct bij den eersten c-ohok dood geweest zijn. Ik heb ze -na die» tijd, jammer genoeg, niet meer kunnon zien, want toen «ik Donderdag 6 l^pteinber met matrozen van dé Tjileboet kwam om zo te begraven, had net den vorigen dag hun Japansche jongen dat gedaan, omdat ze al zoo erg I«,gonnen te veranderen (er heerechte nog steeds tropische hitte).

«ijn wo toen weer teruggegaan door onzen tuin («on andere uitweg was or niet meer). Hot dakje, waar we eerst met zijn vieren gezeten haddon» was leeg, do anderen waren weg. Ik «dacht» dat zé al gevlucht waren, omdat het vuur «oo kwam opzetten. Het werd voor ons ook hoog tijd om «eu goed heenkomen te zoeken. We moesten over »l do mines heen «n op «en gegeven moment dacht ik „Kijk, nu hebben we nog te lang getalmd, we komen er niet moer, we ontloopen bet vuur niet meer". Eerst toen ik op dat dakje zat. was ik «1 zoo blij • geweest, dat ik er goed door was, ik had mijzelf al gefeUcitoord en n.u aten» don we weer temidden van «en vuurpoel. het leek hopeloos. Na veel moeite gelukte het ons tenslotte aan do Creek to komen. Daar waren, we teu -ixiins-te ■bij water, maar aan weerszijden stond alles in brand» heele stukken van den weg waren weggeslagen. Er stond een hevige wind (want er woei juist dien dag «on typhoon), do rook hing «waar over do stad neer, het leek «en hel, erger nog dan eon hel. >l>odurende don hooien tocht, dion we gemaakt hadden, «ag je lieeneu, armen, halvo lichamen uit het puin «teken; soms zag je menLchcn liggen met gebroken iieenon, doch ei* viel niet aan to denken iemand mee te nemen. Na eenig beraad besloten wo te probeeren naar het ,»i«claimed land" te komen. (Vlak naast de vroegere oude buitenlandsche nederzetting Jamasjita-tsjo ge» legen). We renden zoo goed en zoo kwaad als het ging langs de Creek, langs de brandende huizen, wat ecu verzengende, bijna onhoudbare hitte was eu kwamen zoo bij het Grand Hotel. Het Fransche Consulaat (waar hot heuvelterrein „Jamate-tsjo", waar de vreemdelingen bij voorkeur woonden, ■begint) stond toen al in volle vlam. Weinig vermoedde ik toen, dat do heer Dójardin (de zeer sympathieke Consul van Frankrijk) daar al dood lag. Het aan den Bund gelegen deel van het Grand Hotel was dadelijk al ingestort, doch het houten gedeelte langs do Creek stond nog eu brandde neg niet eens. Neb waren wo echter de brug naar hot .^eclaimed land" over, dio nog intact was. of die heels houten kast ((.rand Hotel) stond in lichte laaie. Als we 2 minuten later waren geweest, waren wij er niet meer doorgekomen. Nu waren we echter op het ..i-eclaimed land" en dus voorloopig in veiligheid. Het eenigo waar we nu nog bevreesd voor waren, was dat er ecu paar uur later «en vloedgolf zou komen. Dan zouden we natuurlijk onherroepelijk verloren geweest «üin. Die is echter gelukkig uitgebleven. In de HoUandsche couranten heeft gestaan, dat er vel een was, doch dat is puur verzinsel geweest. In dc heel» haai van Tokio is niet de minste rijzing geweest. Wel is. «r buiten een kleine vloedgolf geweest, maar t<>öh ook niet de moeite waard; ia liamakoora, d» bekende badplaats voor do bewoners van Jokohama en omstreken, onmiddellijk liggende eau de stille Zuidzee (Pacifio Dcean), h.v. is (het water niet hooger geweest dan die stoeien wal (altijd nog een hoogte van «enige meter-s).

Overigens heeft geen van do andere Hollanders iets meer van hen gezien. Wel een treurig einde voor die 2 oudo menschen, met. zoon mooie loopbaan achter den rug. Nadat ik dan dien avond van de aardbeving van do Bluff terugkwam om circa half tien, "begaf ik mij weer naar do Bund (weg langs don zeekant vam Vamashita-cho) en toon ik daar aan de French Hatoba (pier, landingsplaats) (u weet wel bij hét clubgebouw van, de roeivereeniging, tegenover het Oriental Hotel) zoo zat te wachten op een sloep, keek ik eens wie er eigenlijk naast mij zat en ontdekte dat het dr. Feenstra Kuiper was, Ie adjunct-tolk van ons gezantschap. In de eerstvolgende sloep, die toen kwam, zijn we meegevaren naar do .Zmpresa óf A.üstralia", één der twee grootste mailschepen van do Canadian Pacifio Ocean service/-. (Vancouver—Hongkong). Die was stamp en stamp vol met vluchtelingen. Daar hebben we toen goed te eten gehad en vervolgens zijn we naar don kapitein gegaan om hem te vragen, draadloos voor ons te willen seinen naar «en van de 3 HoUandsche schepen, die in de haven lagen, om een sloep, het liefst naar de „Tjisalak". Hij liet dat onmiddellijk doen en '«nacht» om 1 uur kwam er een sloep van, do „Tjisalak" om ons af to halen. Om 2 uur wareu we toen op de „Tjisalak". die een heel eind naar buiten was gestoomd om' de „Bo>ma City" bij te staan, die lek gsstooten was. Kapitein van schermbeek en de dokter waren, toen ook net van den wal terug, waar de dokter in de gauwigheid langs den weg oven een 50 armen en beenen had gezet. Kapitein van Schermbeek was de eerste van alle scheepsgezagvoevdoi», die aan den wal was gegaan en de Tjisalak heeft gedurende de geheele catastrophe prachtig wérk verricht-. Den volgendon ochtend kwamen do beide Wicrsuin» aan boord (do jongste met zijn, familie), 's Morgens om 8 uur zün we toen mot zijn! allen, do kapitein, do dokter, de 2 Wiersome, Kuiper eu ik, weer naar den wal gegaan, om te zien wat er nog te redden was. De kapitein en de dokter bleven op den hoek bij het Grand Hotel, de oude Wiersurn is de Bluff opgegaan om zijn vrouw to halen, die in de Bluff Garden» (eon parkje) was, de jonge Wiersurn naar zijn kantoor. Kuiper naar het Consulaat on ik naar mijn kantoor.

Ik vond het heele huis gelijk met den grond, niets was er overgebleven. Het eenigo wat ik terugvond en dat onbeschadigd was* was mijn sluitketting van mijn uniformjasje van de Kweekschool voor de Zeevaart. Verder absoluut alles verloren. Daarna bon ik naar de Bund teruggekeerd, waar tegelijkertijd ook de jonge Wiersurn en Kuiper arriveerden. Met zijn drieën zijn wo toen nog eens do Bluff opgegaan om naar do andere Hollanders te zooken. Hot huis van don jongen Wiersurn, niets van over. Het huis van Van der Heyden, bij hot vijvertje, gelijk met den grond; van van dor Heydeu zelf geen spoor. Het huis van den ouden Wiersurn voor het grootste gedeelte naar beneden getuimeld. Toen we daar waren, was hot precies 12 uur, dus 24 uur na do aardbeving on juist op dat moment kregen we weer een -flinke aardbeving. Nog overeind «taande stukkon muur hier eu daar gingen tegen don grond, alles wiebelde. Overigen» beefde hot die eerste dagen bijna aan één stuk door, doch 't waren nieerendeols kleine schokken. Voorbij het huis van den oudsten Wiersurn was de weg voor een groot deel ver-lakt on Wiersurn en Kuiper wildon niet verder. Ik ben toen nog even ovor hefc onbebouwde atuk land naast Wiersum's» huis geloopen naar het JtefSgetje, dat naar het huis van kapitein Carst voert, doch naar beneden gaan dorst ik ook niet meer, dat was te gevaarlijk. Het was er alles één groote verbrando massa, verder kon ik er niet» ontdekken. Ik dacht ook niet anders dan. dat kapitein Carst (oudste landgenoot in Japan) de ramp wel niet zou hebben overleefd, doch Zondagavond hoorde ik dat hij eu zijn dochter goed en wel op de (P. and o.Bteam Navigation Co. Ltd.) zaten. Toen we weer bij 't Grand Hotel terugkwamen, waren de kapitein, do dokter en de oude Wiersurn on mevronw reeds met de sloep naar boord teruggekeerd, omdat de olie, die op het water in de haven dreef, waa gaan branden. Daar «ton. den we nu weer met het vooruitzicht, dat we de eerste uren weer niet aan boord zouden kunnen komen. Hot volk aan den wal werd steeds woeliger, want te eten was er natuurlijk niets. Wo stonden daar toon nog ongeveer met zijn tienen Europeanen, waaronder ook captain Philips, dc compagnon van Marshal Martin, een welbekende Brit, en die stolde ons voor mot hom mee te gaan naar Jooniten (dat is halverwege' Homwokoo, aap. zee gelogen, 'woal» u weöt). Daar had hij nog een stoan.» laiumh liggen on daar zou hij ons uioo naar do verschillende schepen varen. Het weid toon aan don wal ook wel e\\n bootje gevaarlijk. Zoodoende kwamen wo 's avond» om half 6 weer aan boord vaa do »TM-d>»k" terug. Voor we weggingen, ontmoette ik nog Donker Curtius, die nog zijn, moedor «u zijn jongste «aster wilde gaouiHialon. die op da race «ourso divakoordon (zija oudste zuster was al op do ,/lIsalak") «.Hij vroeg mii hem 's avonds om 9 uur van den wal te komen ludon» dan zou hij trncZitou bij hot Grand Hotel terug te «ii-i. Ik kon hem dat op mijn eigen houtje natuurlijk niet vast holyoven. Op Joomten vonden we ook nog wachten do familie Beziel*, (do hoor Bosior studeert Jftpansch on is bestemd voor don IMisohon dienst) die van Hommokoo, waar zij woonden» waren komen loopen, en Aonis, die slechts i» een enkel» kimono was. Nadat we aan boord wat gegoten hadden en wat uitgerust waren, don ik toon '«avond» om half 10 nog «net kapitein Tan. Hal van do »»B«niira<Nxis'', een HoUandsche ollonootl. die ook in Jokohama lag, en 3 stuurlieden in oen s»»i«ni»sloop naar land gerooid om do familie Donker «yurtius. te haleu, maar waar wo ook zochten, hij hot Yrand Hotel, I^ansche consulaat ou British Naval Depot, wo konden zo nergens vinden on toon zijn we maar mot oen stelletje Chincosoho vluchtelingen teruggerooid. Do familie Donkor Curtius kwam Maandagochtend vroeg aan boord en toen haddon we, voor zoover mogelijk, alle Hollanders aan boord. Intni-isHen hadden wo ook al hoopcn Duitschors. Italianen, Engelsohen. enz. aan boord gekregen benevens circa 250 Chinoozen on 600 Japanners. We wildon toon naar Tokio varen on probooron daar aan land te komen, omdat wo van Tokio nog steeds goen nieuws hadden.

Maandag ging dat échter niet «neer, omdat het weer te slecht werd. Dinsd»,iZoohtend zijn Kuiper en ik toen in een sleepboot, dio we van gouverneur Jasoekotsji van de Tunagawa (Jokohama) Prefectuur, gekregen hadden, naar Tokio gevaren en .later is de „Tjislalak" achter ons aangtikamcn tofc zoover als tsq gaan kou. In Tokio v<msen wo de ■buitenwijken nog staan en we dachten al ook dé legatie ongeschonden weer te vinden, maar di» hoop bleek ijdel. Het huis van den gezant, generaal-majoor Pahst, was tot op den grond toe afgebrand, do aalttere 2 huizen waren echter ongeschonden. d.wH. rij waren natuurlijk wel leelijk déor de aa^i-dhoving <l«lraakt. Hefc huis van den gezant was juist het laatste, dat er aan dien kant vau Tokio afgebrand was. Dok wol ongelukkig, niet waar. in Tokio is hefc niét zo«o«o«r de aardbeving gewoest, die ds verwoestingheeft aangericht als welde brand. De eonAo, op de legatie aanwezig, wa» de heer Ebbinga Webben (kapi»3ier) «net vrouw en kind. De gezant was juist mot'den heer *I°»h<>»rhe«!ke. den secretaris, over land naar JoluHMna »g«ygaan om oo« to «oeken. We «Hn toon w ar weer teruggegaan, en mot do «Tjisalak'' naar Jokohama gevaren, waar we echter den gezant ook niét vonden» aa->»*»g«'z*i!»n die hij Kanagaw» was te*i.*uggekeol!li, toon ilij die enorme ruïne «zag. Hij had ons aUon^e»loi«on ■gewaand, dooh hoorde, toen hij 's avonds thuis kwam. het «oode nieuws van ons ■behoud.

Kop: 
X
 
Janan.
Krantentitel: 
X
 
Nieuwe Rotterdamsche Courant
Datum, editie: 
X
 
12-01-1924, Avond
Nummer: 
X
 
Uitgever: 
X
 
Nijgh
Plaats van Uitgave: 
X
 
Rotterdam
PPN: 
X
 
832495182
Verschijningsperiode: 
X
 
1844-1970
Periode gedigitaliseerd: 
X
 
1844 t/m 1869
Verspreidingsgebied: 
X
 
Landelijk
Soort artikel: 
X
 
artikel
Bezit en bezitskenmerk: 
X
 
KB NBM Mfm MMK 0030 [Microfilm]